Citaat | Raad van State 26 april 2017
Onder 26.2. Raad van State 26 april 2017
Een alinea uit Raad van State 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1141.
In hetgeen [appellant sub 9] heeft aangevoerd, ziet de Afdeling geen grond gelegen om te twijfelen aan de juistheid van het standpunt van de minister over de financiële en uitvoeringsbezwaren van de door [appellant sub 9] gewenste verbreding van de A10 aan de binnenzijde. Voor zover [appellant sub 9] een wegontwerp met rijbanen boven de bestaande rijbanen en het spoor bedoelt, acht de Afdeling aannemelijk gemaakt dat een dergelijk alternatief dusdanig complex en duur is in vergelijking met het in het tracébesluit opgenomen wegontwerp, dat de minister in redelijkheid heeft kunnen afzien van een nader onderzoek naar een dergelijk wegontwerp. In hetgeen [appellant sub 9] heeft aangevoerd, ziet de Afdeling dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de minister niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot het in het tracébesluit vastgestelde wegontwerp ter hoogte van de woonboot van [appellant sub 9].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/7e8b2a40e1ce04cce6a925b5cd825a15dadca8f82ea1a937f5c4e84dd5482ddb. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 7e8b2a40e1ce04cce6a925b5cd825a15dadca8f82ea1a937f5c4e84dd5482ddb, en de alinea staat in dat document op bytes 66072 tot 66998.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/7e8b2a40e1ce04cce6a925b5cd825a15dadca8f82ea1a937f5c4e84dd5482ddb | shasum -a 256