Citaat | Raad van State 26 april 2017

Alinea 29 Raad van State 26 april 2017

Een alinea uit Raad van State 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1156.

4.3. In de memorie van toelichting bij artikel 1:3 van de Awb (Kamerstukken II 1988/89, 21 221, nr. 3, blz. 38-39) is erop gewezen dat het gebruik van het woord «rechtshandeling» duidelijk maakt dat het moet gaan om een besluit dat gericht is op rechtsgevolgen, waarmee uiteraard gedoeld is op externe rechtsgevolgen. Men kan immers slechts spreken van een rechtshandeling van een bestuursorgaan wanneer uit die handeling rechtsgevolgen ontstaan in de verhouding van het bestuursorgaan tot een of meer anderen. Beslissingen van een bestuursorgaan die een zuiver intern karakter hebben, zoals de bepaling van de prioriteit van te behandelen zaken, aanwijzingen over op te stellen stukken en dergelijke, zijn dus niet als besluiten in de zin van de wet aan te merken. Tot deze categorie van zaken behoren ook bij voorbeeld beslissingen over de interne gang van zaken zoals die binnen iedere dienst nodig zijn, ook binnen de krijgsmacht of een openbare school of universiteit. Vandaar dat beslissingen om een leerling die te laat komt, een middag te laten terugkomen of een extra les op te dragen, buiten het begrip besluit vallen. Het wordt eerst anders indien het bevoegd gezag van een school besluit een leerling van school te verwijderen, aangezien dat besluit van dien aard is dat het de rechtspositie van de leerling raakt, aldus de toelichting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/00a4ba9ceeb29121cd1d3cff609296628889225aed694948ddb3693f4372c23d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 00a4ba9ceeb29121cd1d3cff609296628889225aed694948ddb3693f4372c23d, en de alinea staat in dat document op bytes 10789 tot 12158.