Citaat | Raad van State 10 mei 2017
Alinea 34 Raad van State 10 mei 2017
Een alinea uit Raad van State 10 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1225.
24 december 2014, ECLI:NL:RVS:2014:4665), staat artikel 8:24 van de Awb noch enige andere rechtsregel in de weg aan het verlenen van een in algemene bewoordingen geformuleerde machtiging tot het voeren van procedures en het in verband daarmee verrichten van alle noodzakelijke handelingen. Een machtiging dient wel voldoende specifiek te zijn om de grenzen van de vertegenwoordigingsbevoegdheid te kunnen bepalen. Zo strekt een machtiging voor bijvoorbeeld het indienen van een bezwaarschrift zich niet uit tot het indienen van een beroepschrift. Uit de machtiging volgt dat [gemachtigde] bevoegd is om [verzoeker] te vertegenwoordigen in procedures tegen boetes, alle handelingen te ondernemen die hij daartoe nodig acht en de nodige aanvragen te doen, bezwaren te maken en (hoger)beroepen in te stellen. Aldus zijn de grenzen van de vertegenwoordigingsbevoegdheid voldoende bepaalbaar. Uit de machtiging kan worden afgeleid dat [gemachtigde] bevoegd was om [verzoeker] in beroep te vertegenwoordigen. De rechtbank heeft derhalve terecht geen aanleiding gezien om het door [gemachtigde] namens [verzoeker] ingestelde beroep niet-ontvankelijk te verklaren wegens het ontbreken van een voldoende specifieke machtiging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5f85f5221adfcfe7cbb272adb0ff3e79684b7600597a905cc0c28936995bbb18. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5f85f5221adfcfe7cbb272adb0ff3e79684b7600597a905cc0c28936995bbb18, en de alinea staat in dat document op bytes 12476 tot 13706.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5f85f5221adfcfe7cbb272adb0ff3e79684b7600597a905cc0c28936995bbb18 | shasum -a 256