Citaat | Raad van State 17 mei 2017

Alinea 161 Raad van State 17 mei 2017

Een alinea uit Raad van State 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1260.

8.1. Voor de vraag of de uitzondering op de vergunningplicht voor het weiden van vee en het op of in de bodem brengen van meststoffen verenigbaar is met artikel 6 van de Habitatrichtlijn, dient eerst bezien te worden of het weiden van vee en het op of in de bodem brengen van meststoffen als een project of andere handeling kan worden geduid. Die vraag is van belang in verband met de voorwaarden waaronder een categorie van activiteiten kan worden uitgezonderd van de vergunningplicht. Uit artikel 2.9, vierde lid, van de Wnb volgt dat een passende beoordeling ten grondslag moet worden gelegd aan een regeling waarbij projecten die significante gevolgen kunnen hebben worden uitgezonderd van de vergunningplicht. Aan een regeling waarbij andere handelingen worden uitgezonderd van de vergunningplicht dient een belangenafweging ten grondslag te liggen, waarbij rekening wordt gehouden met de gevolgen van de handelingen voor Natura 2000-gebieden. Hoewel Gelderland en Limburg zich op het standpunt stellen dat het weiden van vee geen project, maar een andere handeling is, is in beide Omgevingsverordeningen het weiden van vee en het op of in de bodem brengen van meststoffen, ongeacht of het moet worden aangemerkt als project of als andere handeling, uitgezonderd van de vergunningplicht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd69a0dd8422a727eae186d9d23aaad647739bbd7cf113ffe12ac116eb1e4f8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd69a0dd8422a727eae186d9d23aaad647739bbd7cf113ffe12ac116eb1e4f8b, en de alinea staat in dat document op bytes 48007 tot 49318.