Citaat | Raad van State 17 mei 2017

Alinea 230 Raad van State 17 mei 2017

Een alinea uit Raad van State 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1260.

9.3. Als ervan wordt uitgegaan dat het weiden van vee onlosmakelijk samenhangt met de oprichting, uitbreiding en exploitatie van een veehouderij en daardoor als project moet worden beoordeeld en dat het op of in de bodem brengen van meststoffen een project is, dan strekt de uitzondering op de vergunningplicht die in beide Omgevingsverordeningen is opgenomen ertoe dat projecten die significante gevolgen kunnen hebben zonder individuele toestemming zijn toegestaan. De Afdeling ziet zich voor de vraag gesteld of artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn ruimte biedt voor een regeling die ertoe strekt dat voor een activiteit die onlosmakelijk samenhangt met een project geen individuele toestemming is vereist, ervan uitgaande dat voor de regeling een passende beoordeling is gemaakt. Verder ziet de Afdeling zich voor de vraag gesteld of artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn ruimte biedt voor een regeling die ertoe strekt dat voor een bepaalde categorie van projecten geen individuele toestemming is vereist, ervan uitgaande dat voor de wettelijke regeling een passende beoordeling is gemaakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd69a0dd8422a727eae186d9d23aaad647739bbd7cf113ffe12ac116eb1e4f8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd69a0dd8422a727eae186d9d23aaad647739bbd7cf113ffe12ac116eb1e4f8b, en de alinea staat in dat document op bytes 87394 tot 88525.