Citaat | Raad van State 17 mei 2017

Alinea 283 Raad van State 17 mei 2017

Een alinea uit Raad van State 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1260.

12.5. De Afdeling acht de bevoegdheid tot het opleggen van verplichtingen die in artikel 2.4 van de Wnb is opgenomen op voorhand geen ongeschikt instrument om uitvoering te geven aan de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn. De Afdeling heeft dit heeft eerder (uitspraak van 31 maart 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BL9656, over een soortgelijk instrument in artikel 19c van de Nbw 1998) overwogen voor projecten die onder artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn vallen omdat daarvoor toestemming is verleend voordat artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn van toepassing werd voor een Natura 2000-gebied, terwijl de exploitatie van het project ook na die datum wordt voortgezet. Het betreft dan bestaande situaties. Dit is de situatie waarop de uitzondering op de vergunningplicht voor het weiden van vee kan zien. Daarnaast betreft dit de situatie als het bemesten van gronden dat plaatsvond voordat artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn van toepassing werd en dat ook thans nog plaatsvindt als één en hetzelfde project moet worden beschouwd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd69a0dd8422a727eae186d9d23aaad647739bbd7cf113ffe12ac116eb1e4f8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd69a0dd8422a727eae186d9d23aaad647739bbd7cf113ffe12ac116eb1e4f8b, en de alinea staat in dat document op bytes 118410 tot 119532.