Citaat | Raad van State 17 mei 2017

Alinea 298 Raad van State 17 mei 2017

Een alinea uit Raad van State 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1260.

15.2. De omstandigheid dat prejudiciële vragen worden gesteld betekent niet dat een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening zonder meer zou moeten worden toegewezen zolang het Hof van Justitie nog geen uitspraak over de prejudiciële vragen heeft gedaan. Wel brengt dit met zich, dat dient te worden bezien of afwijzing van het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening zal leiden tot onomkeerbare gevolgen in het licht van de doelstellingen van de toepasselijke richtlijn en de vragen die zijn gesteld over de uitleg van een aantal bepalingen van die richtlijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dd69a0dd8422a727eae186d9d23aaad647739bbd7cf113ffe12ac116eb1e4f8b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dd69a0dd8422a727eae186d9d23aaad647739bbd7cf113ffe12ac116eb1e4f8b, en de alinea staat in dat document op bytes 124072 tot 124682.