Citaat | Raad van State 31 mei 2017
Alinea 41 Raad van State 31 mei 2017
Een alinea uit Raad van State 31 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1333.
4.3. De belangen die het college wenst te beschermen door middel van het voorschrift, houden verband met de belangen die artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo gelezen in verbinding met artikel 2.5.30 van de bouwverordening, beoogt te beschermen. Artikel 2.5.30, vierde lid, aanhef en onder b, van de bouwverordening ziet op het belang bij de aanwezigheid van voldoende parkeerruimte ten behoeve van het bouwplan, anders dan op eigen terrein. In de omgevingsvergunning is de aan te leggen parkeerplaats echter niet gekoppeld aan het aangevraagde extra appartement. Het voorschrift legt aan [appellant] de verplichting op een ieder toegang te verlenen tot het perceel [locatie 1] om daar een motorvoertuig te kunnen parkeren. Daaruit vloeit in dit geval tevens voort dat [appellant] dient te dulden dat openbaar verkeer gebruik maakt van zijn uitweg om het perceel te bereiken. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 9 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2990), volgt uit het stelsel van de Wegenwet dat rechthebbenden op een weg slechts alle verkeer, behoudens de beperkingen als bedoeld in artikel 6 van de Wegenwet, hebben te dulden wanneer de weg openbaar is in de zin van artikel 4 van de Wegenwet. Voor zover het perceel [locatie 1] kan worden aangemerkt als een weg als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Wegenwet, is deze slechts openbaar indien is voldaan aan artikel 4 van de Wegenwet. Daaraan is in dit geval niet voldaan. Het perceel [locatie 1] wordt bovendien niet openbaar door middel van het aan de omgevingsvergunning verbonden voorschrift. Het voorschrift kan er derhalve niet toe leiden dat [appellant] is gehouden af te zien van het plaatsen van opschriften zoals "eigen weg", "particuliere weg", "private weg" en dergelijke, zoals wel door het college is beoogd. De Afdeling is van oordeel dat het door het college gestelde voorschrift in strijd is met artikel 2.5.30, vierde lid, aanhef en onder b, van de bouwverordening. Gelet daarop, is de Afdeling van oordeel dat het gestelde voorschrift omtrent de openbaarheid en vrije toegankelijkheid van de parkeerplaats in strijd is met artikel 2.22, tweede lid, van de Wabo. De rechtbank heeft dat niet onderkend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffa6eaf5349a649e4d339ba0a46fc1bc26f34166089b80a19125a447ad2b16b9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffa6eaf5349a649e4d339ba0a46fc1bc26f34166089b80a19125a447ad2b16b9, en de alinea staat in dat document op bytes 14747 tot 16982.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ffa6eaf5349a649e4d339ba0a46fc1bc26f34166089b80a19125a447ad2b16b9 | shasum -a 256