Citaat | Raad van State 25 januari 2017
Alinea 55 Raad van State 25 januari 2017
Een alinea uit Raad van State 25 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:138.
7. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het CBR kan volstaan met het aannemelijk maken dat de verklaring van rijvaardigheid ten onrechte is afgegeven. Hij voert daartoe aan dat, nu in de wet- en regelgeving geen bevoegdheid is opgenomen om de verklaring van rijvaardigheid in te trekken, intrekking alleen mogelijk is als de door het CBR gestelde feiten vast staan. Hij voert verder aan dat, anders dan de rechtbank heeft overwogen, de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid een maatregel is gebaseerd op een 'criminal charge', daarom de intrekking een punitief karakter heeft en ook om die reden de feiten met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast moeten staan. Hij wijst in dit verband op de conclusie van de advocaat-generaal bij de Hoge Raad van 20 januari 2015 (ECLI:NL:PHR:2015:8). Hij voert in dit verband verder aan dat de in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) opgenomen waarborgen zijn geschonden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4aa55796f4e1968e075fb07ba61fd23b68583a9c280330e4da08872648624433. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4aa55796f4e1968e075fb07ba61fd23b68583a9c280330e4da08872648624433, en de alinea staat in dat document op bytes 18619 tot 19676.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/4aa55796f4e1968e075fb07ba61fd23b68583a9c280330e4da08872648624433 | shasum -a 256