Citaat | Raad van State 7 juni 2017

Alinea 32 Raad van State 7 juni 2017

Een alinea uit Raad van State 7 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1498.

De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat de staatssecretaris zich bij de afweging van de betrokken belangen in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken inspecteurs in dit geval zwaarder weegt dan dat van openbaarmaking. Daartoe is van belang dat de codenummers van de inspecteurs te herleiden zijn tot de natuurlijke persoon. Ter zitting bij de Afdeling heeft de staatssecretaris toegelicht dat er slechts drie inspecteurs zijn die toezicht houden op de vergunninghouders die dierproeven verrichten en dat deze vaak bij hetzelfde bedrijf komen. Mede omdat deze inspecteurs allemaal dezelfde auto met dezelfde kleur ter beschikking hebben is eenvoudig te zien dat een inspecteur op een locatie aankomt en zijn zij op andere locaties ook eenvoudig te herkennen bijvoorbeeld voor demonstranten die regelmatig bij instellingen voor de deur demonstreren. Het beperken van de geheimhouding van de codenummers tot de gevallen waarin daadwerkelijk is gedemonstreerd, zoals de stichting voorstelt, is vanwege het geringe aantal inspecteurs onvoldoende om hun persoonlijke levenssfeer te beschermen. Verder heeft de staatssecretaris verklaard dat hij de codenummers van inspecteurs voor andere sectoren wel openbaar maakt, maar dat het bij die sectoren gaat om een grote groep van inspecteurs waardoor het moeilijker is om een codenummer tot een individuele persoon te herleiden. Bovendien zijn de inspecteurs die toezicht houden in de sector waarin dierproeven worden verricht, bevreesd voor dierenrechtenactivisme, terwijl inspecteurs die toezicht houden op andere sectoren een vergelijkbare vrees niet kennen, aldus de staatssecretaris. Gelet op deze toelichting is er naar het oordeel van de Afdeling een reële kans dat de persoonlijke gegevens van de inspecteurs kunnen worden achterhaald als hun codenummers openbaar worden gemaakt. Verder is van belang dat de vrees van de staatssecretaris voor dierenrechtenactivisme gerechtvaardigd is. De rechtbank heeft terecht de verscheidene rapporten, waaronder die van de AIVD, in aanmerking genomen die de staatssecretaris heeft overgelegd ter onderbouwing van zijn standpunt dat openbaarmaking van de gevraagde gegevens kan leiden tot tegen de instellingen en hun medewerkers gerichte acties van agressie of geweld of een toename van het risico daarop. De rechtbank is de staatssecretaris terecht in zijn standpunt gevolgd dat het risico van dierenrechtenactivisme nog altijd reëel is. Tot ditzelfde oordeel kwam de Afdeling in haar uitspraak van 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:680, waarin dezelfde vraag voorlag als in deze zaak. In de jaarverslagen van de AIVD is nog altijd een aparte signalering van dierenrechtenactivisme in Nederland opgenomen en ook de NCTV maakt hiervan nog altijd melding. In de publicatie ‘Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland’ nummer 42 van juli 2016 heeft de NCTV aangetekend dat het georganiseerd dierenrechtenextremisme een mogelijke heropleving in Nederland laat zien, al is het aantal aanhangers zeer beperkt. De rechtbank is dan ook terecht tot de conclusie gekomen dat de staatssecretaris de codenummers van de inspecteurs in redelijkheid krachtens artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob heeft kunnen weigeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82b5bb5ad8fa8220370b30d221211c654bc8974d8bf365c5b21310e61cbcd763. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82b5bb5ad8fa8220370b30d221211c654bc8974d8bf365c5b21310e61cbcd763, en de alinea staat in dat document op bytes 10044 tot 13375.