Citaat | Raad van State 7 juni 2017

Alinea 60 Raad van State 7 juni 2017

Een alinea uit Raad van State 7 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1507.

10.2. Met de uitspraak van 23 november 2016 is slechts het kader voor de rechterlijke beoordeling dan wel de rechterlijke toetsing neergelegd. De wijze waarop een bestuursorgaan een aanvraag of een verzoek om heroverweging beoordeelt is ongemoeid gelaten. De discretionaire bevoegdheid om artikel 4:6 van de Awb toe te passen blijft daarmee aan het bestuursorgaan voorbehouden. De vraag of het bestuursorgaan terecht artikel 4:6 van de Awb heeft toegepast, omdat het bestuursorgaan zich op het standpunt stelt dat de aanvrager geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aan zijn aanvraag ten grondslag heeft gelegd, kan vervolgens worden onderworpen aan rechterlijke toetsing. De bestuursrechter kan voorts aan de hand van wat de rechtzoekende heeft aangevoerd tot het oordeel komen dat het besluit op de herhaalde aanvraag of het verzoek om terug te komen van een besluit evident onredelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f08ba67782a9b1fbc74c51357d5fcaf24a2397a4001f24d3bf44160646b035a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f08ba67782a9b1fbc74c51357d5fcaf24a2397a4001f24d3bf44160646b035a, en de alinea staat in dat document op bytes 25518 tot 26445.