Citaat | Raad van State 21 juni 2017

Alinea 39 Raad van State 21 juni 2017

Een alinea uit Raad van State 21 juni 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1621.

5. [appellante] betoogt tenslotte tevergeefs dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht van het horen mocht worden afgezien wegens kennelijke ongegrondheid van het bezwaar. Nu een toelichting op de bezwaren, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, niet tot een andere uitkomst zou kunnen leiden, is de rechtbank terecht tot deze slotsom gekomen. Dat de zaak complex is, mede vanwege de uitgebreide processtukken, kan niet tot een ander oordeel leiden. Van een ondeugdelijke motivering aan de zijde van de Belastingdienst/Toeslagen is niet gebleken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82dc1260e88881864000551d2cde17c49f63127c53b2a209b6d27f105e4dc70f. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82dc1260e88881864000551d2cde17c49f63127c53b2a209b6d27f105e4dc70f, en de alinea staat in dat document op bytes 15880 tot 16539.