Citaat | Raad van State 5 juli 2017

Alinea 28 Raad van State 5 juli 2017

Een alinea uit Raad van State 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1819.

1.1. [appellante] stelt in hoger beroep een aantal bewijs- en zorgvuldigheidsaspecten aan de orde, waaronder de wijze waarop de ten overstaan van de Inspectie SZW afgelegde verklaringen tot stand zijn gekomen, de vraag hoe moet worden omgegaan met nadere verklaringen van de betrokkenen die in een later stadium van de procedure zijn overgelegd en de wijze waarop de minister in een later stadium van de procedure nader bewijs dan wel inlichtingen heeft vergaard ten behoeve van de boeteoplegging. Omdat deze onderwerpen in een groot aantal zaken met betrekking tot bestuurlijke boeten aan de orde komen, zowel bij de Afdeling als bij de andere hoogste bestuursrechtelijke colleges en bij de betrokken bestuursorganen en de rechtbanken, heeft de voorzitter van de Afdeling ter wille van het bevorderen van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling en de rechtsbescherming in algemene zin de staatsraad advocaat-generaal verzocht hierover een conclusie te nemen als bedoeld in artikel 8:12a van de Awb.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef85b397539c2c6be6b181a028a28035fbd01d0bb7dad06221a49b764171cf02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef85b397539c2c6be6b181a028a28035fbd01d0bb7dad06221a49b764171cf02, en de alinea staat in dat document op bytes 9633 tot 10651.