Citaat | Raad van State 5 juli 2017

Alinea 45 Raad van State 5 juli 2017

Een alinea uit Raad van State 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1819.

3.4. Voor zover [appellante] betoogt dat de arbeidsinspecteurs bij de vraagstelling juridisch jargon hebben gebruikt, wordt zij daarin niet gevolgd. Uit de bij het boeterapport gevoegde verklaringen blijkt dat de arbeidsinspecteurs vragen van feitelijke aard hebben gesteld. Zo hebben zij de vreemdelingen gevraagd naar hun werkzaamheden, werk- en rusttijden, wie hun voorman was en van wie zij opdrachten en aanwijzingen kregen. De arbeidsinspecteurs hebben in hun vraagstelling geen juridische termen gebruikt. De gestelde vragen zijn naar het oordeel van de Afdeling evenmin onduidelijk. Gelet hierop en nu ook de door de vreemdelingen gegeven antwoorden op de gestelde vragen, zoals vastgelegd in hun bij het boeterapport gevoegde verklaringen, duidelijk zijn, faalt het betoog van [appellante] dat de arbeidsinspecteurs ten onrechte niet hebben doorgevraagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef85b397539c2c6be6b181a028a28035fbd01d0bb7dad06221a49b764171cf02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef85b397539c2c6be6b181a028a28035fbd01d0bb7dad06221a49b764171cf02, en de alinea staat in dat document op bytes 25010 tot 25892.