Citaat | Raad van State 5 juli 2017

Alinea 48 Raad van State 5 juli 2017

Een alinea uit Raad van State 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1819.

[appellante] heeft in haar reactie op de conclusie opgemerkt dat zij niet heeft bedoeld te betogen dat de vreemdelingen op de hoogte hadden moeten worden gesteld van de volledige achtergrond van hun verhoor, maar dat slechts had moeten worden verduidelijkt welke (precieze) vraag de arbeidsinspecteurs beantwoord wilden zien. Dit om te voorkomen dat de vreemdelingen de vragen verkeerd zouden begrijpen en daardoor onjuist of onvoldoende duidelijk, dan wel onvoldoende genuanceerd zouden antwoorden. De Afdeling volgt [appellante] hierin niet. Daartoe wordt ten eerste in aanmerking genomen dat, zoals volgt uit hetgeen onder 3.4 is overwogen, de gestelde vragen voldoende duidelijk en feitelijk van aard waren. Daarnaast geldt dat, zoals de staatsraad advocaat-generaal in dit verband terecht heeft opgemerkt, het uiteindelijk aan de rechter is om de betekenis van de door de getuigen afgelegde verklaringen - en de kans dat de getuigen zich mogelijk onzorgvuldig hebben uitgedrukt - nader te wegen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef85b397539c2c6be6b181a028a28035fbd01d0bb7dad06221a49b764171cf02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef85b397539c2c6be6b181a028a28035fbd01d0bb7dad06221a49b764171cf02, en de alinea staat in dat document op bytes 26925 tot 27945.