Citaat | Raad van State 5 juli 2017

Alinea 52 Raad van State 5 juli 2017

Een alinea uit Raad van State 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1819.

4. [appellante] betoogt voorts dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat aan de door haar in bezwaar overgelegde, nadere verklaringen van enkele vreemdelingen en andere betrokkenen niet de waarde kan worden gehecht die zij daaraan gehecht wil zien. Zij voert daartoe aan dat de rechtbank ten onrechte heeft verondersteld dat de betrokken vreemdelingen op haar verzoek of op verzoek van [bedrijf C] zijn terug gekomen van hun eerdere, ten overstaan van de arbeidsinspecteurs afgelegde verklaringen. [appellante] voert voorts aan dat, nu de nadere verklaringen onder ede, ten overstaan van een notaris en met behulp van een lijfelijk aanwezige tolk, in dienst van TVcN, zijn afgelegd, de rechtbank deze niet buiten beschouwing had mogen laten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef85b397539c2c6be6b181a028a28035fbd01d0bb7dad06221a49b764171cf02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef85b397539c2c6be6b181a028a28035fbd01d0bb7dad06221a49b764171cf02, en de alinea staat in dat document op bytes 29052 tot 29821.