Citaat | Raad van State 5 juli 2017

Alinea 75 Raad van State 5 juli 2017

Een alinea uit Raad van State 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1819.

6.4. Uit de bij het boeterapport gevoegde verklaringen van de verhoorde vreemdelingen en de verklaring van [kwaliteitscontroleur], van [bedrijf C], komt eenduidig naar voren dat de [vreemdeling 1] en [voorman], voormannen van de vreemdelingen, alsmede [voormalig voorman], als tussenpersoon fungeerden tussen [kwaliteitscontroleur] en [bedrijfsleider] van [bedrijf C], enerzijds, en de vreemdelingen, anderzijds. [kwaliteitscontroleur] en [bedrijfsleider] waren dagelijks op de werkplek aanwezig en gaven in het Engels werkopdrachten door aan de voormannen, die deze op hun beurt in het Roemeens doorgaven aan de vreemdelingen, waarvan de meeste geen Engels spraken. Ook kwam het voor dat [kwaliteitscontroleur] en [bedrijfsleider] direct werkopdrachten doorgaven aan de vreemdelingen die wel Engels spraken. Uit deze verklaringen volgt dat de bemoeienis van [bedrijf C] met de werkzaamheden verder ging dan alleen het - als klant of afnemer van een dienst - uitvoeren van een verificatie, als bedoeld in het arrest Martin Meat. [kwaliteitscontroleur] en [bedrijfsleider] beperkten zich immers niet tot een kwaliteitscontrole achteraf, maar waren tijdens de bouw van de schepen voortdurend aanwezig op de werkplek, waarbij zij dagelijks, of in elk geval met grote regelmaat, werkopdrachten doorgaven aan de voormannen of de Engels sprekende vreemdelingen. Ook komt uit deze verklaringen naar voren dat, anders dan [appellante] betoogt, dagelijks op de werkplek werkoverleg plaatsvond tussen [kwaliteitscontroleur] en [bedrijfsleider] enerzijds, en de voormannen anderzijds. Dat [bedrijf C] zich vergaand bemoeide met de wijze waarop de werkzaamheden plaatsvonden, volgt niet alleen uit de bij het boeterapport gevoegde verklaringen, maar ook uit de door [appellante] in hoger beroep overgelegde aannemingsovereenkomst tussen [bedrijf D] en [bedrijf C] (hierna: de aannemingsovereenkomst tussen [bedrijf D] en [bedrijf C]). Daarin is onder meer vastgelegd dat [bedrijf C] bepaalt waar op haar terrein de werkzaamheden worden verricht, dat [bedrijf C] een coördinator benoemt om toezicht te houden op de samenwerking met [bedrijf D] en dat [bedrijf D] zich moet houden aan instructies en de technische documentatie, zoals aangeleverd door [bedrijf C]. Uit die overeenkomst is voorts af te leiden dat het [bedrijf D] niet was toegestaan de werkzaamheden uit te voeren bij afwezigheid van de coördinator van [bedrijf C]. Dat het volgens [appellante] voor [bedrijf C] uit praktisch en arbeidsrechtelijk oogpunt niet mogelijk was toezicht te houden op de vreemdelingen, neemt niet weg dat [kwaliteitscontroleur] en [bedrijfsleider] dat, gelet op de hiervoor weergegeven strekking van de verklaringen, feitelijk wel hebben gedaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef85b397539c2c6be6b181a028a28035fbd01d0bb7dad06221a49b764171cf02. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef85b397539c2c6be6b181a028a28035fbd01d0bb7dad06221a49b764171cf02, en de alinea staat in dat document op bytes 47223 tot 49967.