Citaat | Raad van State 25 januari 2017

Alinea 69 Raad van State 25 januari 2017

Een alinea uit Raad van State 25 januari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:182.

De Afdeling ziet in hetgeen [appellant] heeft aangevoerd geen grond voor het oordeel dat de rechtbank, gelet op verhandelde ter zitting, ten onrechte heeft overwogen dat het CBR voldoende heeft gemotiveerd dat het, gegeven de resultaten die [appellant] bij het voorlaatste examen heeft gehaald, evenzeer onaannemelijk is dat hij zo kort daarna op rechtmatige wijze is geslaagd. Dat, zoals [appellant] aanvoert, het aantal door hem gevolgde lessen in veel gevallen voldoende is om op te gaan voor een rijexamen, waarbij hij verwijst naar het feit dat rijscholen ook vaak intensieve rijcurussen van tien dagen aanbieden, betekent niet dat dat in zijn geval ook zo is. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de voorlaatste twee rijexamens van [appellant] zijn afgebroken wegens verkeersgevaarlijk rijden. Dat, naar [appellant] stelt, de verklaringen van [persoon] niet wetenschappelijk zijn gestaafd, leidt niet tot een ander oordeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f8ab0930cd58f962afa6e3ea80941df15ba6a311241f307cad2db828c6733821. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f8ab0930cd58f962afa6e3ea80941df15ba6a311241f307cad2db828c6733821, en de alinea staat in dat document op bytes 25938 tot 26883.