Citaat | Raad van State 12 juli 2017
Alinea 26 Raad van State 12 juli 2017
Een alinea uit Raad van State 12 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1849.
3. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college bevoegd was [wederpartij] een boete op te leggen. Voorts heeft de rechtbank overwogen dat bij de beoordeling of de boete voldoet aan de eisen van een evenredige sanctie, de mate waarin de boete de betrokkene treft mede van belang is. Daarbij heeft de rechtbank verwezen naar de memorie van toelichting op de Aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht (Kamerstukken II 2003/04, 29 702, nr. 3, blz. 141-142), waarin staat: "In de meeste gevallen zal het bestuursorgaan er van mogen uitgaan dat de draagkracht geen beletsel vormt voor het opleggen van een boete. Maar zeker bij hogere boeten zal het bestuursorgaan zich er van moeten vergewissen dat de boete, mede gelet op de draagkracht van de overtreder, geen onevenredige gevolgen heeft. Wat een hoge boete is, zal daarbij mede van de context afhangen. Het ligt voor de hand dat de draagkracht bijvoorbeeld bij boeten op het gebied van de sociale zekerheid eerder en vaker een rol zal spelen dan op veel andere terreinen". De rechtbank heeft de boete in dit geval onevenredig hoog geoordeeld, gezien de persoonlijke omstandigheden van [wederpartij], zijnde dat zij als alleenstaande moeder van drie kinderen van drie, zes en negen jaar moet rondkomen van een bijstandsuitkering. Voorts heeft de rechtbank bij dit oordeel in aanmerking genomen dat niet is gebleken dat [wederpartij] opzettelijk, dat wil zeggen willens en wetens, heeft gehandeld in strijd met artikel 30 van de Huisvestingswet. Wel is er naar het oordeel van de rechtbank sprake van grove schuld. De rechtbank heeft in deze omstandigheden aanleiding gezien de aan [wederpartij] opgelegde boete te matigen. Voor de wijze van matiging heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 11 januari 2016, onder meer ECLI:NL:CRVB:2016:9, over de nadere invulling en uitwerking van het boeteregime in bijstandszaken. De rechtbank heeft de boete bepaald op een bedrag van € 1.760,00, zijnde achttienmaal tien procent van de alleenstaandennorm ten tijde van de uitspraak (€ 977,15), naar boven afgerond op een veelvoud van € 10,00.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2d4ffb8ba007a90e5b1c955f5204384532625a87160f805fb4eb6bff4c7f4a39. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2d4ffb8ba007a90e5b1c955f5204384532625a87160f805fb4eb6bff4c7f4a39, en de alinea staat in dat document op bytes 7518 tot 9670.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2d4ffb8ba007a90e5b1c955f5204384532625a87160f805fb4eb6bff4c7f4a39 | shasum -a 256