Citaat | Raad van State 26 juli 2017

Alinea 25 Raad van State 26 juli 2017

Een alinea uit Raad van State 26 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2002.

2.1. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling, waaronder de uitspraak van 28 oktober 2009 waarnaar Land Equity en anderen verwijzen, wordt een aanvrager om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk in beginsel verondersteld belanghebbende te zijn bij een beslissing op de door hem ingediende aanvraag. Dit is anders indien aannemelijk is gemaakt dat het bouwplan niet kan worden verwezenlijkt. Die situatie doet zich in dit geval voor, nu de aanvrager geen eigenaar is van de grond waarop de aanvraag betrekking heeft en de eigenaar van de grond zich tegen bebouwing daarvan verzet. Ter zitting van de Afdeling is komen vast te staan dat, anders dan waarvan de rechtbank is uitgegaan, op het perceel geen zakelijk recht van opstal is gevestigd ten gunste van KPN. Vast staat dat KPN met de vorige eigenaar van het perceel een overeenkomst heeft gesloten voor het plaatsen van de mast. Het doel van die overeenkomst was om een zakelijk recht te vestigen, maar aan die overeenkomst is geen uitvoering gegeven. Land Equity is niet bereid een soortgelijke overeenkomst met KPN te sluiten. Zij wenst als eigenaar geen toestemming te verlenen voor uitvoering van het bouwplan, omdat zij, naar zij heeft gesteld, andere plannen heeft met het perceel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8f97154b918cba9d815b394227dfcf24e607c8d7b3cf50ca262ee70564dd7bad. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8f97154b918cba9d815b394227dfcf24e607c8d7b3cf50ca262ee70564dd7bad, en de alinea staat in dat document op bytes 8857 tot 10135.