Citaat | Raad van State 1 februari 2017
Alinea 149 Raad van State 1 februari 2017
Een alinea uit Raad van State 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:210.
4. De vreemdeling wordt zo spoedig mogelijk door Onze Minister aan een gehoor onderworpen. Daarbij worden vragen gesteld omtrent zijn personalia, zijn geboorteplaats en geboortedatum, zijn nationaliteit en etnische afkomst, de datum van zijn vertrek uit het land van herkomst, de datum van zijn aankomst in Nederland, eventueel verblijf in derde landen, het bezit van een paspoort en identiteitsdocumenten en de personalia en verblijfplaats van familieleden. Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren met toepassing van artikel 30a, eerste lid, onder a, van de Wet, wordt hij in de gelegenheid gesteld zijn standpunt uiteen te zetten over de toepassing van deze grond op zijn specifieke omstandigheden. Indien Onze Minister voornemens is de aanvraag kennelijk ongegrond te verklaren met toepassing van artikel 30b, eerste lid, onder b, van de Wet, wordt de vreemdeling tevens in de gelegenheid gesteld zijn asielmotieven uiteen te zetten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae28aed6a189147bd6b8e0dc5ca89e91b4cedc67b6a6d7ee17df9ffa98441bba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae28aed6a189147bd6b8e0dc5ca89e91b4cedc67b6a6d7ee17df9ffa98441bba, en de alinea staat in dat document op bytes 51423 tot 52410.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae28aed6a189147bd6b8e0dc5ca89e91b4cedc67b6a6d7ee17df9ffa98441bba | shasum -a 256