Citaat | Raad van State 1 februari 2017

Alinea 45 Raad van State 1 februari 2017

Een alinea uit Raad van State 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:210.

6.11. Wat betreft de context en doelstelling van de huidige Procedurerichtlijn heeft de staatssecretaris terecht op artikel 31, tweede lid, en punt 18 van de considerans gewezen. Daaruit volgt dat lidstaten ervoor zorgen dat de behandelingsprocedure zo spoedig mogelijk wordt afgerond, onverminderd een behoorlijke en volledige behandeling, wat volgens de richtlijn in het belang is van zowel de lidstaten als personen die om internationale bescherming verzoeken. Dit laat het uitgangspunt van de huidige Procedurerichtlijn en het gemeenschappelijk Europees asielstelsel onverlet dat bescherming aan asielzoekers wordt geboden, tenzij zij niet te vrezen hebben voor vervolging of onmenselijke behandelingen, mede omdat zij daartegen - alsnog of opnieuw - in hun land van herkomst bescherming kunnen inroepen. Het Vluchtelingenverdrag en het EVRM liggen immers aan de basis van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, waarvan de huidige Procedurerichtlijn deel uitmaakt (zie onder meer het arrest van het Hof van 2 december 2014, A. B. en C., ECLI:EU:C:2014:2406, punt 45).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae28aed6a189147bd6b8e0dc5ca89e91b4cedc67b6a6d7ee17df9ffa98441bba. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae28aed6a189147bd6b8e0dc5ca89e91b4cedc67b6a6d7ee17df9ffa98441bba, en de alinea staat in dat document op bytes 25914 tot 27004.