Citaat | Raad van State 23 augustus 2017

Alinea 60 Raad van State 23 augustus 2017

Een alinea uit Raad van State 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2234.

4.5. De toevoeging is verleend voor een geschil verbintenissenrecht en ziet op de geldvordering van [appellant A] op de erven [persoon]. Gelet op de aard van deze procedure is de Afdeling van oordeel dat [appellant A] en [appellant B] niet aannemelijk hebben gemaakt dat sprake is van bijzondere rechtsvragen, die zelden voorkomen in soortgelijke zaken. De rechtbank heeft op goede gronden overwogen dat mogelijke verjaring, kwader trouw en strafrechtelijke implicaties de zaak niet complex maken, nu het niet zonder meer ongebruikelijk is dat deze leerstukken bij geldvorderingen een rol spelen. Hetzelfde geldt voor een schriftelijke onderbouwing en bewijsstukken van de vordering. Dat het om een omvangrijk bedrag gaat, brengt niet noodzakelijkerwijs met zich dat het hier gaat om een bijzondere rechtsvraag. De rechtbank heeft terecht en op goede gronden geoordeeld dat de raad de zaak niet juridisch complex heeft hoeven achten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0c65b9dcf428be570ce77c94045975ee4239d74c9079945f87a302c489566d13. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0c65b9dcf428be570ce77c94045975ee4239d74c9079945f87a302c489566d13, en de alinea staat in dat document op bytes 17870 tot 18822.