Citaat | Raad van State 23 augustus 2017
Alinea 30 Raad van State 23 augustus 2017
Een alinea uit Raad van State 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2242.
[appellant] heeft eerst ter zitting van de rechtbank aangevoerd dat hij niet eerder in overtreding is geweest omdat de eerdere waarschuwing uit 2014 ten onrechte is opgelegd. Hij heeft geen feiten dan wel omstandigheden aangevoerd op grond waarvan moet worden geoordeeld dat het voor hem redelijkerwijs niet mogelijk was die beroepsgrond eerder aan te voeren. [appellant] heeft al uit de brief van de RDW van 19 januari 2016 over het voornemen tot tijdelijke intrekking van de verleende erkenning bedrijfsvoorraad en het besluit van 9 februari 2016 kunnen opmaken dat de eerdere waarschuwing uit 2014 is betrokken bij die intrekking. Voorts heeft hij de op die waarschuwing betrekking hebbende stukken ruim voor de zitting van de rechtbank ontvangen. [appellant] heeft desondanks eerst op die zitting de beroepsgrond met betrekking tot de waarschuwing aangevoerd waardoor de RDW voor het eerst daar kennis heeft kunnen nemen van die beroepsgrond. De rechtbank heeft terecht overwogen dat de RDW aldus onredelijk in zijn procesvoering is beperkt. De rechtbank heeft de beroepsgrond dan ook wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing mogen laten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2587e72ac9834c6f0cbf6bcc8b180274858759bd15779b50ef5c9b8961147c47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2587e72ac9834c6f0cbf6bcc8b180274858759bd15779b50ef5c9b8961147c47, en de alinea staat in dat document op bytes 9735 tot 10913.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2587e72ac9834c6f0cbf6bcc8b180274858759bd15779b50ef5c9b8961147c47 | shasum -a 256