Citaat | Raad van State 23 augustus 2017
Alinea 35 Raad van State 23 augustus 2017
Een alinea uit Raad van State 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2242.
6. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de gevolgen die [appellant] heeft aangevoerd niet zodanig bijzonder zijn dat de RDW daarin aanleiding had moeten zien om op grond van artikel 4:84 van de Awb van zijn toezichtbeleid af te wijken. [appellant] voert aan dat de rechtbank eraan voorbijgegaan is dat hij het slachtoffer is geworden van valsheid in geschrifte. De bekennende verklaring van de dader is in beroep overgelegd. Volgens [appellant] wordt hem ten onrechte tegengeworpen dat hij zijn bedrijfsvoering zo had moeten inrichten dat een situatie zoals die zich heeft voorgedaan, wordt voorkomen. De bedrijvencontroleur van de RDW heeft het vervalste vrijwaringsbewijs tijdens het bezoek overhandigd gekregen. De controleur heeft hem toen niet voorgehouden dat hij bij de overhandiging had moeten dan wel kunnen opmerken dat het een vervalst document betrof dan wel dat hij niet heeft voldaan aan de daarbij op hem rustende verplichtingen. Het achteraf vaststellen dat [appellant] de RDW-lijsten had moeten nazien, waartoe hij wettelijk niet verplicht is, rechtvaardigt onvoldoende de opgelegde sanctie, aldus [appellant].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2587e72ac9834c6f0cbf6bcc8b180274858759bd15779b50ef5c9b8961147c47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2587e72ac9834c6f0cbf6bcc8b180274858759bd15779b50ef5c9b8961147c47, en de alinea staat in dat document op bytes 12164 tot 13344.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2587e72ac9834c6f0cbf6bcc8b180274858759bd15779b50ef5c9b8961147c47 | shasum -a 256