Citaat | Raad van State 1 februari 2017

Alinea 39 Raad van State 1 februari 2017

Een alinea uit Raad van State 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:226.

6. De raad betoogt in hoger beroep dat de rechtbank een onjuiste uitleg heeft gegeven aan het begrip "behandeling in rechte", als bedoeld in artikel 19 van het Bvr. Volgens de raad heeft de rechtbank niet onderkend dat de toevoeging is gegeven voor een "echte" strafzaak en dat in een dergelijk geval de zaak op een terechtzitting moet zijn behandeld. Uit de nota van toelichting bij het Bvr (Stb. 1999, 580) blijkt dat de besluitwetgever onderscheid heeft gemaakt tussen zittingen in echte strafzaken en zittingen in zaken die met strafzaken gelijk worden gesteld. In deze laatste categorie vallen zaken die eindigen met de afgifte van een strafbeschikking of met een sepot. Dit zijn strafzaken die worden beëindigd vóór het onderzoek ter terechtzitting. Dat in de werkinstructie bij artikel 19/19a van het Bvr het horen met het oog op het uitvaardigen van een strafbeschikking niet wordt genoemd, betekent niet dat artikel 19 van het Bvr niet van toepassing is in de onderhavige zaak. Vanwege de dwingende formulering van artikel 19 van het Bvr kunnen de bewoordingen van de werkinstructie niet leidend zijn. Hetzelfde geldt voor de zaakscodelijst op de website van de raad, volgens welke voor een OM-afdoening/strafbeschikking een forfaitaire vergoeding naar de norm 6 punten wordt uitgekeerd. Deze lijst wordt slechts gebruikt om specifieke zaken te kunnen monitoren, aldus de raad.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f434db91cd9e81d02a06488d61318695edfd32c8b885447d199d36eb14a7076c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f434db91cd9e81d02a06488d61318695edfd32c8b885447d199d36eb14a7076c, en de alinea staat in dat document op bytes 9329 tot 10731.