Citaat | Raad van State 30 augustus 2017

Alinea 21 Raad van State 30 augustus 2017

Een alinea uit Raad van State 30 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2327.

2. Appellante betoogt dat de rechtbank haar beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Hiertoe voert zij aan dat de aangetroffen drugs van haar ex-partner waren en dat zij niet van de aanwezigheid van de drugs in de woning op de hoogte was. Haar ex-partner hield in 2015 af en toe in de woning toezicht op hun zoon, omdat zij regelmatig naar het ziekenhuis moest. Voorts voert zij aan dat haar ex-partner vanuit de woning geen drugs verhandelde. Hij woonde elders en bracht drugs naar klanten. Zij is niet vervolgd voor de aanwezigheid van drugs in de woning, terwijl haar ex-partner daarvoor door de strafrechter een werkstraf is opgelegd. Er heeft zich ook geen hinder of overlast door drugshandel vanuit de woning voorgedaan. Voorts voert zij aan dat de burgemeester niet verplicht was te besluiten tot een sluiting van drie maanden, aangezien hij kan afwijken van de van toepassing zijnde Beleidsregel bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid) (hierna: de Beleidsregel). Gelet op het bij haar ontbreken van verwijtbaarheid, haar goede reputatie, haar inwonende minderjarige zoon en het feit dat de verhuurder van de woning wegens het besluit tot sluiting de huurovereenkomst heeft ontbonden, had de burgemeester volgens haar van de beleidsregel moeten afwijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3fcd9e96b0b72dc56bdd2eaebeba0f3f657c520e27c97911972771c90afc92aa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3fcd9e96b0b72dc56bdd2eaebeba0f3f657c520e27c97911972771c90afc92aa, en de alinea staat in dat document op bytes 6711 tot 8023.