Citaat | Raad van State 1 september 2017
Alinea 28 Raad van State 1 september 2017
Een alinea uit Raad van State 1 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2377.
3. In het eerste deel van zijn grief, die hij ter zitting bij de Afdeling nader heeft toegelicht, klaagt de staatssecretaris dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij met het uitleveringsverzoek niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag op de vreemdeling van toepassing is. Hij voert aan dat het uitleveringsverzoek door zowel de Nederlandse uitleveringsrechter als een onafhankelijke Georgische rechter is getoetst. Bovendien is Georgië partij bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: het EVRM) en wordt in openbare bronnen gematigd positief geoordeeld over de rechtsgang in dat land. Het uitleveringsverzoek biedt daarom op zichzelf reeds voldoende grondslag voor zijn standpunt dat artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag op de vreemdeling van toepassing is, aldus de staatssecretaris.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc7a2b2dd01f95b012cc3a69b1d75b3a333a2cb91e982845eeb176e02e007b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc7a2b2dd01f95b012cc3a69b1d75b3a333a2cb91e982845eeb176e02e007b6, en de alinea staat in dat document op bytes 8328 tot 9244.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcc7a2b2dd01f95b012cc3a69b1d75b3a333a2cb91e982845eeb176e02e007b6 | shasum -a 256