Citaat | Raad van State 1 september 2017
Alinea 30 Raad van State 1 september 2017
Een alinea uit Raad van State 1 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2377.
3.2. De Afdeling stelt voorop dat de staatssecretaris, bij zijn beoordeling of artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag op een vreemdeling van toepassing is, terecht gewicht toekent aan de omstandigheid dat jegens die vreemdeling een uitleveringsverzoek is gedaan. Dat geldt temeer in een geval als het onderhavige, waarin het uitleveringsverzoek is uitgevaardigd door een land dat is aangesloten bij het EVRM en bovendien door de staatssecretaris is aangewezen als veilig land van herkomst (zie de uitspraak van de Afdeling van 7 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1838). Die lezing strookt met de door de staatssecretaris genoemde 'Background Note on the Application of the Exclusion Clauses' van de United Nations High Commissioner for Refugees (hierna: de Background Note).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc7a2b2dd01f95b012cc3a69b1d75b3a333a2cb91e982845eeb176e02e007b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc7a2b2dd01f95b012cc3a69b1d75b3a333a2cb91e982845eeb176e02e007b6, en de alinea staat in dat document op bytes 9959 tot 10749.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcc7a2b2dd01f95b012cc3a69b1d75b3a333a2cb91e982845eeb176e02e007b6 | shasum -a 256