Citaat | Raad van State 1 september 2017

Alinea 34 Raad van State 1 september 2017

Een alinea uit Raad van State 1 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2377.

3.6. Het voorgaande betekent dat de staatsecretaris, ter motivering van zijn standpunt dat artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag op de vreemdeling van toepassing is, niet heeft kunnen volstaan met een verwijzing naar het uitleveringsverzoek en het verhandelde daarover in de uitleveringsprocedure. Hij dient, gelet op de onder 3.1 vermelde eisen aan zijn bewijsvoering en motivering, ook zelf nader onderzoek te verrichten naar de inhoud en aannemelijkheid van de in het uitleveringsverzoek gestelde feiten en gedragingen. Bij dat onderzoek moet hij hetgeen de vreemdeling daartegen aanvoert kenbaar betrekken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc7a2b2dd01f95b012cc3a69b1d75b3a333a2cb91e982845eeb176e02e007b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc7a2b2dd01f95b012cc3a69b1d75b3a333a2cb91e982845eeb176e02e007b6, en de alinea staat in dat document op bytes 13276 tot 13909.