Citaat | Raad van State 1 september 2017
Alinea 42 Raad van State 1 september 2017
Een alinea uit Raad van State 1 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2377.
5.1. De omstandigheid dat een vreemdeling een asielaanvraag heeft ingediend, staat er niet zonder meer aan in de weg dat hij, als hij geen rechtmatig verblijf heeft, hangende het hoger beroep wordt uitgezet (vergelijk de uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling van 20 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3350). In dit geval heeft de staatssecretaris op 21 maart 2016, krachtens artikel 3.1 van het Vreemdelingenbesluit 2000, het rechtmatig verblijf van de vreemdeling beëindigd en bepaald dat uitzetting niet achterwege blijft. Een daaropvolgend verzoek van de vreemdeling aan de voorzieningenrechter van de Afdeling, om bij voorlopige voorziening te bepalen dat hij gedurende de behandeling van de ingestelde hoger beroepen niet wordt uitgezet, is bij mondelinge uitspraak van 21 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:886, afgewezen. Gelet daarop kon de vreemdeling worden uitgezet. Het betoog faalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcc7a2b2dd01f95b012cc3a69b1d75b3a333a2cb91e982845eeb176e02e007b6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcc7a2b2dd01f95b012cc3a69b1d75b3a333a2cb91e982845eeb176e02e007b6, en de alinea staat in dat document op bytes 15902 tot 16824.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcc7a2b2dd01f95b012cc3a69b1d75b3a333a2cb91e982845eeb176e02e007b6 | shasum -a 256