Citaat | Raad van State 6 september 2017
Alinea 30 Raad van State 6 september 2017
Een alinea uit Raad van State 6 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2397.
7. De rechtbank heeft overwogen dat, gelet op het feit dat [wederpartij], [persoon] en haar minderjarige kind op hetzelfde woonadres in de BRP waren ingeschreven, [persoon] juridisch op grond van artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Awir als toeslagpartner kan worden aangemerkt. De rechtbank heeft niettemin geoordeeld dat moet worden aangesloten bij de materiële situatie en dat [persoon], gelet daarop, ten onrechte door de Belastingdienst/Toeslagen als partner van [wederpartij] is aangemerkt. Zij heeft daartoe overwogen dat [wederpartij] heeft aangetoond in 2015 feitelijk niet te hebben gewoond op het adres [locatie] te Amsterdam en dat het belang dat is gediend door de wettelijke voorschriften in de Awir met betrekking tot het partnerschap niet in het geding is bij toekenning van zorgtoeslag aan [wederpartij].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c0cf04e79145d44b28c6d62b1dd6164c5a97223d4c2e2d86ca867e422b693bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c0cf04e79145d44b28c6d62b1dd6164c5a97223d4c2e2d86ca867e422b693bc, en de alinea staat in dat document op bytes 9645 tot 10499.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1c0cf04e79145d44b28c6d62b1dd6164c5a97223d4c2e2d86ca867e422b693bc | shasum -a 256