Citaat | Raad van State 6 september 2017

Alinea 32 Raad van State 6 september 2017

Een alinea uit Raad van State 6 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2397.

8. De Belastingdienst/Toeslagen betoogt dat de rechtbank ten onrechte eraan voorbijgaat dat artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Awir een dwingendrechtelijke bepaling is en de dienst geen ruimte heeft om van deze bepaling af te wijken, zodat [persoon] als toeslagpartner van [wederpartij] moet worden aangemerkt. Voor zover de rechtbank aan haar oordeel ten grondslag heeft gelegd dat het niet de bedoeling van de wetgever is geweest dat in een geval als dit van een partnerschapssituatie moet worden uitgegaan, voert de Belastingdienst/Toeslagen aan dat per 1 januari 2013 de criteria voor partnerschap in de Awir en in de Wet inkomstenbelasting 2001 geharmoniseerd zijn en dat een belangrijk kenmerk van het nieuwe partnerbegrip is dat gebruik wordt gemaakt van objectieve criteria. De voorheen geldende bepaling op grond waarvan bij ongehuwd samenwonenden diende te worden beoordeeld of sprake was van een gezamenlijke huishouding is komen te vervallen. De wetgever heeft er dus bewust voor gekozen dat bij de toepassing van de criteria voor partnerschap niet gekeken moet worden of sprake is van feitelijk samenwonen dan wel een gezamenlijke huishouding, aldus de Belastingdienst/Toeslagen. De dienst voert verder aan dat [wederpartij] ervoor heeft gekozen zich in de BRP in te schrijven op het woonadres [locatie] te Amsterdam en dat hij niet bevoegd is een inschrijving in de BRP op een woonadres aan merken als een briefadres.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1c0cf04e79145d44b28c6d62b1dd6164c5a97223d4c2e2d86ca867e422b693bc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1c0cf04e79145d44b28c6d62b1dd6164c5a97223d4c2e2d86ca867e422b693bc, en de alinea staat in dat document op bytes 10564 tot 12028.