Citaat | Raad van State 1 februari 2017
Alinea 136 Raad van State 1 februari 2017
Een alinea uit Raad van State 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:246.
Zoals volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2013 in zaak nr. 12/01566,ECLI:NL:HR:2013:BZ6799, waarbij de Afdeling zich aansluit, leidt in dat geval de hiervoor onder 9.6. vermelde regel uitzondering en kan de belanghebbende tot het tijdstip waarop de Afdeling uitspraak doet heropening van het onderzoek verlangen teneinde alsnog een beroep te doen op overschrijding van de redelijke termijn en een verzoek te doen tot vergoeding van daaruit voortvloeiende immateriële schade. Het verzoek hoeft dan niet beperkt te blijven tot immateriële schade die het gevolg is van het tijdsverloop na de zitting.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae30f443fe520a06be9716dd61be3108af8b46f207697a6edd80a8b0141f5a31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae30f443fe520a06be9716dd61be3108af8b46f207697a6edd80a8b0141f5a31, en de alinea staat in dat document op bytes 58585 tot 59212.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae30f443fe520a06be9716dd61be3108af8b46f207697a6edd80a8b0141f5a31 | shasum -a 256