Citaat | Raad van State 1 februari 2017
Alinea 83 Raad van State 1 februari 2017
Een alinea uit Raad van State 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:246.
5.2. De vraag of de zaak binnen een redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM is behandeld, moet worden beantwoord aan de hand van de omstandigheden van het geval. Daarbij zijn van betekenis de ingewikkeldheid van de zaak, de wijze waarop de zaak door het bestuursorgaan en de rechter is behandeld, het processuele gedrag van betrokkene gedurende de hele procesgang en de aard van de maatregel en het daardoor getroffen belang van betrokkene, zoals blijkt uit de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (onder meer het arrest van 27 juni 2000 inzake Frydlender tegen Frankrijk, nr. 30979/96, ECLI:NL:XX:2000:AN6601 en het arrest van 29 maart 2006 inzake Pizzati tegen Italië, nr. 62361/00, ECLI:NL:XX:2006:AX7382). Zoals uit deze jurisprudentie volgt, dient bij de beoordeling van de redelijke termijn de duur van de procedure als geheel in aanmerking te worden genomen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ae30f443fe520a06be9716dd61be3108af8b46f207697a6edd80a8b0141f5a31. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ae30f443fe520a06be9716dd61be3108af8b46f207697a6edd80a8b0141f5a31, en de alinea staat in dat document op bytes 32291 tot 33226.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ae30f443fe520a06be9716dd61be3108af8b46f207697a6edd80a8b0141f5a31 | shasum -a 256