Citaat | Raad van State 1 februari 2017

Alinea 27 Raad van State 1 februari 2017

Een alinea uit Raad van State 1 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:247.

Voorts betogen [appellant sub 1A] en anderen dat de manier waarop het college de zogenoemde Tegelen-jurisprudentie heeft toegepast, ertoe heeft geleid dat zij onevenredig zijn getroffen in hun belangen, terwijl de belangen van de vergunninghoudster daarentegen steeds zijn beschermd. [appellant sub 1A] en anderen stellen hiertoe dat - hoewel ten tijde van de beslissing op bezwaar vaststond dat de omgevingsvergunning geen stand zou kunnen houden - hierop in de besluitvorming door het college niet is geanticipeerd. Een nieuw handhavingsverzoek dat door hen is gedaan op 2 juli 2015 is door het college echter afgewezen omdat voor het perceel [locatie] op 1 juli 2015 een ontwerpbestemmingsplan is vastgesteld, waardoor concreet zicht op legalisatie zou bestaan. Dat op de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan voor het perceel door het college wel is geanticipeerd, is volgens [appellant sub 1A] en anderen ten onrechte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ffb6be25f046f0d68a610c9f7ea0d11f6691edd7ec8d0c0a3499807aad4e7003. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ffb6be25f046f0d68a610c9f7ea0d11f6691edd7ec8d0c0a3499807aad4e7003, en de alinea staat in dat document op bytes 10380 tot 11321.