Citaat | Raad van State 13 september 2017

Alinea 116 Raad van State 13 september 2017

Een alinea uit Raad van State 13 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2477.

17.1. De Afdeling overweegt dat provinciale staten bij de vaststelling van een inpassingsplan rekening dienen te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het plan op basis van de op dat moment bekende gegevens de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld. De Afdeling overweegt - nog daargelaten de vraag of het inpassingsplan van invloed is op de bouwmogelijkheden van [appellant sub 2] - dat [appellant sub 2] geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat ten tijde van de vaststelling van het inpassingsplan een concreet bouwplan bestond voor uitbreiding van haar woning dan wel voor de ontwikkeling van andere gebouwen. Ter zitting heeft [appellant sub 2] verklaard dat er geen concreet bouwplan aan de orde is. In hetgeen [appellant sub 2] in dit kader heeft aangevoerd ziet de Afdeling onder deze omstandigheden geen aanleiding voor het oordeel dat provinciale staten het inpassingsplan in zoverre niet in redelijkheid hebben kunnen vaststellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/948bdb686f30ff42de3476d54a7bab2ba7f7ebf6f12ad9bbfbb825185261b21d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 948bdb686f30ff42de3476d54a7bab2ba7f7ebf6f12ad9bbfbb825185261b21d, en de alinea staat in dat document op bytes 56138 tot 57277.