Citaat | Raad van State 20 september 2017
Alinea 36 Raad van State 20 september 2017
Een alinea uit Raad van State 20 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2553.
5. Het college heeft over het op de aanvraag te nemen besluit advies gevraagd aan Gloudemans. Gloudemans heeft op 16 september 2011 advies uitgebracht. Gloudemans heeft zich daarin beperkt tot de gestelde schade als gevolg van het bestemmingsplan "Projectvestiging Glastuinbouwgebied Siberië", omdat die planologische mutatie de grootste wijziging in het gebied behelst en exemplarisch is voor de overige door [partij A] genoemde planologische mutaties. Gloudemans heeft de mogelijkheden die dit bestemmingsplan biedt vergeleken met de planologische mogelijkheden onder het bestemmingsplan "Buitengebied Maasbree" dat in 1998 is vastgesteld en komt tot de conclusie dat de planologische wijziging voor wat betreft het gebruik en de bebouwing een intensivering met zich brengt, omdat onder het bestemmingsplan "Projectvestiging Glastuinbouwgebied Siberië" kassen tot 12 meter hoogte mogen worden gebouwd, terwijl onder het bestemmingsplan "Buitengebied Maasbree" geen gebouwen waren toegestaan. Gloudemans heeft vervolgens uiteengezet dat de vestiging van glastuinbouw in de omvang waarop deze thans planologisch mogelijk is gemaakt niet voorzienbaar was ten tijde van de aankoop van het recreatieterrein en dat [partij A] schadebeperkend heeft gehandeld door in 2000 te starten met het aanbieden van huisvesting voor arbeidsmigranten in leegstaande chalets. Ten aanzien van de vraag of [partij A] schade heeft geleden als gevolg van de planologische wijziging, heeft Gloudemans uiteengezet dat een redelijk denkend en handelend koper de (vermogens)waarde van het recreatieterrein (als investeringsobject) voornamelijk zal baseren op het daaruit te verkrijgen inkomen. Dit betekent volgens Gloudemans dat de vraag of sprake is van een waardedaling van het recreatieterrein onlosmakelijk is verbonden aan de inkomsten die door het terrein (kunnen) worden gegenereerd. Uit de bedrijfsgegevens over de periode 2001-2009 blijkt volgens Gloudemans niet dat er sprake is geweest van een aantoonbaar dalende omzet. In het verlengde daarvan blijkt niet van het door [partij A] gestelde causale verband tussen de dalende omzet en de verminderde omgevingskwaliteit, aldus Gloudemans. Weliswaar zijn de opbrengsten van de chalet- en caravanplaatsen gedaald, maar de opbrengsten van de verhuur van chalets en trekkershutten (ten behoeve van de arbeidsmigranten) zijn juist substantieel gestegen, zodat de omzet uiteindelijk zelfs is gestegen. Nu geen sprake is van inkomensschade, is evenmin sprake van waardedaling van het recreatieterrein, zodat van een objectief te bepalen nadeel als gevolg van de planologische wijzigingen geen sprake is. Het is aan [partij A] om aan te tonen dat dit vanaf 2010 is gewijzigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8daae3e5e1a357ff364dcc83679eb1621cb0ba4b87adba10513fb723a0ed01a6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8daae3e5e1a357ff364dcc83679eb1621cb0ba4b87adba10513fb723a0ed01a6, en de alinea staat in dat document op bytes 11152 tot 13874.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8daae3e5e1a357ff364dcc83679eb1621cb0ba4b87adba10513fb723a0ed01a6 | shasum -a 256