Citaat | Raad van State 27 september 2017

Alinea 36 Raad van State 27 september 2017

Een alinea uit Raad van State 27 september 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2584.

3. De raad heeft aan zijn besluit van 13 januari 2016 een advies van de commissie voor bezwaar van de raad van 11 december 2015 ten grondslag gelegd. In dit advies zet de commissie uiteen dat de raad nadat een echtscheidingsprocedure is afgehandeld het zogenoemde resultaat toetst. In dit geval is de zaak met de beschikking van de rechtbank Gelderland definitief afgehandeld. Uit die beschikking blijkt dat de voormalige echtelijke woning zal worden verkocht en dat [belanghebbende] de helft van de netto opbrengst zal ontvangen. [belanghebbende] mag verder vanaf 26 maart 2015 nog een halfjaar in de echtelijke woning blijven wonen. In afwijking van de echtscheidingsbeschikking is de echtelijke woning aan [belanghebbende] verkocht. [belanghebbende] is met haar zoon tot aan het moment van de verkoop in de woning blijven wonen, zodat zij geen geldsom uit die verkoop heeft ontvangen. [belanghebbende] had weliswaar op het moment dat de rechtbank de echtscheidingsbeschikking heeft uitgesproken een vordering ter hoogte van de helft van de netto opbrengst, maar die vordering heeft zij niet te gelde gemaakt, omdat zij alsnog in staat bleek de woning over te nemen. Volgens de commissie wordt de overwaarde van de echtelijke woning niet tot het resultaat gerekend als een rechtszoekende binnen de kaders die partijen hebben aangegeven alsnog besluit en in staat wordt gesteld de echtelijke woning uit de boedel te kopen, de rechtszoekende tot aan het moment van eigendomsovergang onafgebroken in de woning is blijven wonen en de rechtszoekende de woning tot aan het moment van eigendomsovergang niet te koop heeft aangeboden. Deze omstandigheden sluiten in wezen aan bij de beleidsregels van de raad, waarin is neergelegd dat vermogen in Box 1 niet tot het resultaat wordt gerekend, voor zover dat vermogen bestaat uit bezit van de eigen woning. De waarde van goederen wordt verder niet tot het resultaat gerekend, zodat de waarde van de inboedel en de Mazda 2 niet relevant is. De commissie stelt verder vast dat 50% van de levensverzekeringen, 50% van de waarde van de Mazda MX5 en 50% van de waardepapieren van de Rabobank bij elkaar genomen een bedrag vertegenwoordigt van € 14.620,00. Daar staat tegenover dat [belanghebbende] een bedrag van € 6.500,00 moet betalen voor de overname van de Mazda 2, zodat per saldo een bedrag aan resultaat resteert ter hoogte van € 8.120,00. Dit bedrag blijft onder de wettelijke grens, zodat er geen aanleiding bestaat de toevoeging in te trekken. Met de saldi van de bankrekeningnummers […], […] en […] is de commissie niet bekend, zodat zij hiermee geen rekening kan houden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3a65495cfb783aecc1076afa0a4171d8ee08565914d3b115d8cc41376db70104. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3a65495cfb783aecc1076afa0a4171d8ee08565914d3b115d8cc41376db70104, en de alinea staat in dat document op bytes 8722 tot 11372.