Citaat | Raad van State 4 oktober 2017
Alinea 34 Raad van State 4 oktober 2017
Een alinea uit Raad van State 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2660.
Uit het voorgaande volgt dat [appellante] voldoende de gelegenheid heeft gehad om adequaat op het verweer van de Belastingdienst/Toeslagen te reageren. Uit onder meer de brief van 22 november 2016 en de telefoonnotitie van de dienst van 8 december 2016 volgt dat de Belastingdienst/Toeslagen [appellante] ruim voor de zitting reeds de gelegenheid heeft geboden om aannemelijk te maken dat zij meer uren heeft gewerkt dan de 909 uren waarvan de dienst is uitgegaan. Voorts is van belang dat de gemachtigde van [appellante] de vraag van de rechtbank of hij aanhouding wenste, in verband met de late indiening van het verweerschrift, ontkennend heeft beantwoord. Dat [appellante] ondanks de haar geboden gelegenheid geen objectieve en verifieerbare stukken heeft overgelegd om het door haar gestelde alsnog aannemelijk te maken en de mogelijkheid om de zaak aan te laten houden niet heeft benut, komt voor haar rekening en risico. Dat kan de Belastingdienst/Toeslagen niet worden aangerekend.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dbcee4aeaa6993c53ff47127a78cc8ecf765584d7a1dff458439d8ce4d1823fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dbcee4aeaa6993c53ff47127a78cc8ecf765584d7a1dff458439d8ce4d1823fd, en de alinea staat in dat document op bytes 11633 tot 12642.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dbcee4aeaa6993c53ff47127a78cc8ecf765584d7a1dff458439d8ce4d1823fd | shasum -a 256