Citaat | Raad van State 4 oktober 2017

Alinea 141 Raad van State 4 oktober 2017

Een alinea uit Raad van State 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2669.

4. Indien de indiener van het beroepschrift zich beroept op feiten of omstandigheden als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, maar deze niet aanstonds aannemelijk maakt, stelt de rechtbank hem zo nodig in de gelegenheid deze feiten of omstandigheden binnen een door de rechtbank te bepalen termijn alsnog aannemelijk te maken, tenzij de goede procesorde zich daartegen verzet of de afdoening van de zaak daardoor ontoelaatbaar wordt vertraagd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22c445ca6b716e50a6c0f0d64e13a311dd8f237180f8ac8821b5eeb91979d79e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22c445ca6b716e50a6c0f0d64e13a311dd8f237180f8ac8821b5eeb91979d79e, en de alinea staat in dat document op bytes 39304 tot 39763.