Citaat | Raad van State 4 oktober 2017

Onder 9.1. Raad van State 4 oktober 2017

Een alinea uit Raad van State 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2669.

Uit zowel de rechtspraak van het Hof van Justitie over artikel 47 van het Handvest, als de rechtspraak van het EHRM over artikel 6 en artikel 13 van het EVRM volgt dat procedureregels met betrekking tot verzoeken om internationale bescherming rekening moeten houden met het belang daarvan. Zij moeten daarom voorzien in nauwkeurig, onafhankelijk en grondig onderzoek naar en een vlotte behandeling van dergelijke verzoeken en oog houden voor de bescherming van meest essentiële rechten, alsook de moeilijke situatie op menselijk en materieel vlak waarin verzoekers zich bevinden (zie punten 45 en 46 van het arrest van het Hof van Justitie van 20 oktober 2016, C-429/15, Evelyn Danqua, ECLI:EU:C:2016:789, en punten 288, 291 en 293 van het arrest van het EHRM (GK) van 21 januari 2011, M.S.S. tegen België en Griekenland, nr. 30696/09, ECLI:CE:ECHR:2011:0121JUD003069609, en de daarin aangehaalde arresten). Er is evenwel geen rechtspraak van het Hof van Justitie of het EHRM voorhanden waaruit volgt dat de Nederlandse wet en rechtspraak, op grond waarvan een voor het eerst in beroep bij de bestuursrechter in eerste aanleg in asielzaken aangevoerd geheel nieuw of achtergehouden asielmotief door die bestuursrechter in beginsel niet bij de beoordeling van dat beroep mag worden betrokken, in strijd is met het Unierecht of het EVRM.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22c445ca6b716e50a6c0f0d64e13a311dd8f237180f8ac8821b5eeb91979d79e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22c445ca6b716e50a6c0f0d64e13a311dd8f237180f8ac8821b5eeb91979d79e, en de alinea staat in dat document op bytes 63724 tot 65074.