Citaat | Raad van State 4 oktober 2017
Onder 10.5.1. Raad van State 4 oktober 2017
Een alinea uit Raad van State 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2669.
Wat betreft het betoog van vreemdeling D en vreemdeling I dat een volgend verzoek zonder inhoudelijke beoordeling kan worden afgedaan als een vreemdeling volgens de beslissingsautoriteit verwijtbaar geen nieuwe feiten of omstandigheden aan zijn volgend verzoek ten grondslag heeft gelegd, heeft de beslissingsautoriteit terecht gewezen op artikel 83.0a van de Vw 2000. Op grond van deze bepaling, die zijn oorsprong vindt in de rechtspraak van het EHRM (arrest van 19 februari 1998, Bahaddar tegen Nederland, ECLI:CE:ECHR:1998:0219JUD002589494), kunnen door de vreemdeling aangedragen bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende, feiten en omstandigheden eraan in de weg staan dat de beslissingsautoriteit een volgend verzoek kan afwijzen louter onder verwijzing naar een eerdere afwijzende beslissing. Gelet hierop is ook als een achtergehouden asielmotief aan de orde is, gewaarborgd dat het verbod op refoulement wordt geëerbiedigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22c445ca6b716e50a6c0f0d64e13a311dd8f237180f8ac8821b5eeb91979d79e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22c445ca6b716e50a6c0f0d64e13a311dd8f237180f8ac8821b5eeb91979d79e, en de alinea staat in dat document op bytes 71449 tot 72409.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/22c445ca6b716e50a6c0f0d64e13a311dd8f237180f8ac8821b5eeb91979d79e | shasum -a 256