Citaat | Raad van State 4 oktober 2017

Onder 10.5.2. Raad van State 4 oktober 2017

Een alinea uit Raad van State 4 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2669.

De beslissingsautoriteit heeft voorts terecht gewezen op het volgende. Hoewel een volgend verzoek op grond artikel 3.118b van het Vb 2000 in beginsel in een verkorte procedure wordt behandeld, vindt de behandeling op grond van dezelfde bepaling in een langere of zelfs verlengde procedure plaats, zodra de inhoud van het verzoek daartoe aanleiding geeft. Daarbij is het streven het verzoek binnen enkele weken in behandeling te nemen; alleen in een periode van een sterk verhoogde instroom kan dit langer duren. De beslissingsautoriteit heeft verder terecht opgemerkt dat ook bij een eerste verzoek om internationale bescherming het beroep tegen een afwijzend besluit schorsende werking kan ontberen. Ingevolge artikel 82, tweede lid, aanhef en onder b en c, van de Vw 2000 kan zich dit bijvoorbeeld voordoen bij verzoeken die niet-ontvankelijk of kennelijk ongegrond zijn verklaard. Wat de financiële vergoeding voor rechtsbijstand betreft, heeft de beslissingsautoriteit terecht betoogd dat als een voor het eerst in beroep aangevoerd asielmotief wel bij de beoordeling van het beroep zou worden betrokken, de gemachtigde van de betrokken vreemdeling extra handelingen in beroep zal moeten verrichten. De daarvoor geboden financiële vergoeding bedraagt volgens de beslissingsautoriteit niet veel meer dan de vergoeding die in het kader van een volgend verzoek wordt geboden. Namens vreemdeling D en vreemdeling I is dit niet gemotiveerd weersproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/22c445ca6b716e50a6c0f0d64e13a311dd8f237180f8ac8821b5eeb91979d79e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 22c445ca6b716e50a6c0f0d64e13a311dd8f237180f8ac8821b5eeb91979d79e, en de alinea staat in dat document op bytes 72502 tot 73968.