Citaat | Raad van State 1 november 2017

Alinea 36 Raad van State 1 november 2017

Een alinea uit Raad van State 1 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2964.

6.2. Uit het RiHG volgt dat niet alleen met [belanghebbende A] en de kinderen, maar ook met [appellante] is gesproken, voordat het huisverbod aan haar is opgelegd. Uit het in het RiHG opgenomen gespreksverslag volgt dat [appellante] wat het incident in de nacht van 11 juli 2016 betreft dezelfde lezing heeft als [belanghebbende A]. Volgens [appellante] hoorde zij van haar dochter dat [belanghebbende A] de opmerking maakte rattengif in haar koffie te willen doen. [appellante] lag daarover te malen in bed, aldus het gespreksverslag. Zij heeft zich vervolgens begeven naar de slaapkamer van [belanghebbende A] en aldaar met spiritus gesprenkeld. Daarna ging er bij haar, zo volgt uit het gespreksverslag, een knop om. Ze pakte een zakdoek, stak deze aan en wierp deze de slaapkamer in. [appellante] sloot [belanghebbende A] op in de slaapkamer, omdat ze bang was dat hij haar iets zou aandoen, aldus het gespreksverslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/015204c2a52cefe3dc4103f52ddee1dfc1995cb4b8d9b49b9821557c2d5c22bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 015204c2a52cefe3dc4103f52ddee1dfc1995cb4b8d9b49b9821557c2d5c22bd, en de alinea staat in dat document op bytes 12226 tot 13167.