Citaat | Raad van State 1 november 2017
Alinea 38 Raad van State 1 november 2017
Een alinea uit Raad van State 1 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2964.
Wat de stelling betreft dat dit gevaar zich niet voordeed, omdat [appellante] in voorlopige hechtenis was genomen, overweegt de Afdeling dat met de oplegging van voorlopige hechtenis de grondslag van het huisverbod niet is komen te vervallen. Het opleggen van een huisverbod betreft, zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld, een bestuursrechtelijke maatregel die losstaat van de strafrechtelijke procedure. Daar komt bij dat het besluit tot oplegging van een huisverbod naast het verbod om de woning te betreden mede een verbod inhoudt om contact op te nemen met de achterblijvers. De Afdeling wijst op haar uitspraak van 12 februari 2014, ECLI:NL:RVS:2014:436, onder 4.2. Een huisverbod houdt op grond van artikel 1 van de Wet tijdelijk huisverbod ook een contactverbod in. De rechtbank heeft terecht van belang geacht dat [appellante] in voorlopige hechtenis niet aan beperkingen was onderworpen en vanuit de gevangenis contact kon opnemen met het gezin.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/015204c2a52cefe3dc4103f52ddee1dfc1995cb4b8d9b49b9821557c2d5c22bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 015204c2a52cefe3dc4103f52ddee1dfc1995cb4b8d9b49b9821557c2d5c22bd, en de alinea staat in dat document op bytes 13616 tot 14596.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/015204c2a52cefe3dc4103f52ddee1dfc1995cb4b8d9b49b9821557c2d5c22bd | shasum -a 256