Citaat | Raad van State 13 november 2017

Alinea 38 Raad van State 13 november 2017

Een alinea uit Raad van State 13 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3081.

De staatssecretaris heeft voorts de andere relevante feiten en omstandigheden, waaronder de jonge leeftijd van de vreemdelingen en de omstandigheid dat zij in Nederland zijn geboren, kenbaar in zijn belangenafweging betrokken. De staatssecretaris heeft niet ten onrechte ten nadele van de vreemdelingen meegewogen dat de moeder in Nederland nooit verblijfsrecht heeft gehad en het gezinsleven is aangegaan terwijl zij wist dat zij hier niet mocht blijven. Ook heeft hij, gelet op hetgeen onder 3.2 en 3.3 is overwogen, niet ten onrechte meegewogen dat niet is gebleken dat de vreemdelingen nooit aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning zullen kunnen voldoen. De slotsom is dat de staatssecretaris de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM niet ten onrechte in het nadeel van de vreemdelingen heeft laten uitvallen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9b45eef43a84f258247183ed8d37a4eecd6a2dde30269c568c329a2d7e5f4bf5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9b45eef43a84f258247183ed8d37a4eecd6a2dde30269c568c329a2d7e5f4bf5, en de alinea staat in dat document op bytes 16966 tot 17826.