Citaat | Raad van State 15 november 2017
Alinea 41 Raad van State 15 november 2017
Een alinea uit Raad van State 15 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3142.
De toepassing van bestuursdwang strekt er in het algemeen toe een overtreding te beëindigen en herhaling daarvan te voorkomen. Wat betreft artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet gaat het er blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van dit artikel (Kamerstukken II 1996/97, 25 324, nr. 3, blz. 5) om de verkoop, de aflevering of de verstrekking dan wel het daartoe aanwezig zijn van drugs een halt toe te roepen. Dit oogmerk past in de algemene doelstelling van de Opiumwet, dat primair gericht is op preventie en beheersing van de uit het druggebruik voortvloeiende risico’s voor de gezondheid. Daarnaast wordt met deze bepaling beoogd negatieve effecten van de handel in en het gebruik van drugs, onder meer bezien vanuit het perspectief van de openbare orde, tegen te gaan. Het feit dat de maatregel van artikel 13b, eerste lid, is gericht op beëindiging en voorkoming van een overtreding is een aanwijzing dat het hier gaat om een bestuurlijke maatregel en niet om een punitieve sanctie. De Afdeling is van oordeel dat de last tot sluiting van het bedrijfspand van [appellant] voor de duur van zes maanden een bestuurlijke maatregel is met eerder vermelde strekking, beëindiging van de overtreding en voorkoming van herhaling daarvan, die er niet (mede) op is gericht om leed toe te voegen. Gelet op de grote hoeveelheden aangetroffen drugs en goederen bestemd voor de productie of handel in drugs heeft de burgemeester een sluiting van het pand van zes maanden voorts noodzakelijk mogen achten om de overtreding te beëindigen en herhaling daarvan te voorkomen. Met de sluiting wordt de bekendheid van het pand als drugspand weggenomen en wordt de ‘loop’ naar het pand eruit gehaald, waarmee het pand aan het drugscircuit wordt onttrokken. Dat de drugs zijn aangetroffen in een op het terrein geparkeerde bestelauto van een ander, doet hier naar het oordeel van de Afdeling niet aan af. Daartoe is van belang dat het aannemelijk is dat, zoals de burgemeester heeft betoogd, er een verband tussen de bestelauto en het pand bestaat, nu de in de bestelauto aangetroffen goederen en de in het pand aangetroffen goederen, zoals omschreven onder 1, vergelijkbaar of complementair zijn. Daarbij komt dat in een mutatierapport van de politie is vermeld dat de eigenaar van de bestelauto in de nacht van 22 september 2015 samen met een zoon van [appellant] in het pand is aangetroffen, zodat moet worden aangenomen dat zij tot elkaar in relatie staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b22d6a98304a0cf1024a1de0877416d96f64f3c2abf0565d9153bb26a2c13bca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b22d6a98304a0cf1024a1de0877416d96f64f3c2abf0565d9153bb26a2c13bca, en de alinea staat in dat document op bytes 14290 tot 16773.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b22d6a98304a0cf1024a1de0877416d96f64f3c2abf0565d9153bb26a2c13bca | shasum -a 256