Citaat | Raad van State 15 november 2017
Alinea 46 Raad van State 15 november 2017
Een alinea uit Raad van State 15 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3142.
4. [appellant] betoogt voorts dat de rechtbank heeft miskend dat de burgemeester heeft gehandeld in strijd met artikel 6 van het EVRM, door hem niet te horen en de beslissing niet op schrift te stellen. Daarnaast betoogt [appellant] dat zijn rechten die voortvloeien uit artikel 6 en artikel 13 van het EVRM zijn geschonden, omdat hij geen daadwerkelijk rechtsmiddel tegen de last heeft kunnen aanwenden. Hij voert in dit verband aan dat het nauwelijks mogelijk is om verweer te voeren tegen een op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet opgelegde last. Dit komt omdat volgens vaste rechtspraak in beginsel van de juistheid van het proces-verbaal waarin de overtreding is vastgelegd, mag worden uitgegaan en dat de enkele aanwezigheid van een handelshoeveelheid drugs voldoende basis vormt om tot sluiting over te gaan. Hierdoor is het feitelijk onmogelijk om te bestrijden dat in strijd met de Opiumwet vanuit het pand drugs zijn verhandeld, aldus [appellant].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b22d6a98304a0cf1024a1de0877416d96f64f3c2abf0565d9153bb26a2c13bca. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b22d6a98304a0cf1024a1de0877416d96f64f3c2abf0565d9153bb26a2c13bca, en de alinea staat in dat document op bytes 19510 tot 20502.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b22d6a98304a0cf1024a1de0877416d96f64f3c2abf0565d9153bb26a2c13bca | shasum -a 256