Citaat | Raad van State 22 november 2017

Alinea 52 Raad van State 22 november 2017

Een alinea uit Raad van State 22 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3187.

8.5. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college aannemelijk gemaakt dat het in 2010, ook gelet op de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit, niet direct tot het intrekken van de standplaatsvergunning zou zijn overgegaan als het de overtreding eerder had onderkend, maar eerst een minder verstrekkende maatregel zou hebben genomen, zoals het geven van een schriftelijke waarschuwing of het opleggen van een last onder dwangsom, waarbij [belanghebbende A] zou zijn aangezegd de verkoop van vis en snacks te staken en gestaakt te houden, tenzij zij binnen de begunstigingstermijn zelf in de viskraam gaat staan. [appellant] heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd die aannemelijk maken dat het college dit destijds in 2010 niet zou hebben gedaan. Dat, zoals hij in zijn brief van 8 juni 2017 heeft vermeld, [belanghebbende A] rechtsmiddelen tegen het besluit van 13 september 2011 heeft aangewend en tijdens de hoorzitting naar aanleiding van haar bezwaar tegen dat besluit uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat zij haar standplaats niet wil opgeven, maakt dat niet anders. [belanghebbende A] had voorafgaand aan dat besluit immers laten doorschemeren dat zij wegens persoonlijke omstandigheden met haar viskraam wilde stoppen. Daarvan uitgaande, was het direct intrekken van de standplaatsvergunning in 2011, dat wil zeggen zonder voorafgaande schriftelijke waarschuwing of last onder dwangsom, ten tijde van dat besluit niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e9019dbf8d0b776292c0ba8c8be8866d437e3520d4cbef0158869d8ba21dffa5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e9019dbf8d0b776292c0ba8c8be8866d437e3520d4cbef0158869d8ba21dffa5, en de alinea staat in dat document op bytes 16716 tot 18200.